Slimmer trainen, sterker leven
Mindset

Discipline opbouwen: zo blijf je trainen als de motivatie wegzakt

Motivatie komt en gaat. Met slimme gewoontes en een paar vaste afspraken met jezelf blijf je toch trainen.

Sporter in zwarte trainingsbroek knielt op straat en strikt de veters van haar sportschoenen voor een training
Beginnen is vaak het zwaarste deel: wie de veters strikt, maakt de training meestal ook af.

Discipline is wat je overhoudt als de motivatie op is. In januari sta je vol goede voornemens in de sportschool, maar in maart is het donker, druk en zit de bank opeens erg lekker. Wie dan toch blijft trainen, heeft meestal geen ijzeren wil. Die heeft het trainen zo ingericht dat het weinig moeite meer kost.

In dit artikel lees je wat er eigenlijk achter volharding zit, waarom gewoontes belangrijker zijn dan wilskracht en hoe je in een paar weken een trainingsroutine bouwt die ook op slechte dagen overeind blijft.

In het kort

  • Motivatie is een gevoel dat schommelt; een routine is gedrag dat je kunt plannen.
  • Een nieuwe gewoonte voelt in onderzoek gemiddeld na ruim twee maanden automatisch, maar dat verschilt sterk per persoon.
  • Maak je training klein, concreet en vast gepland: wanneer, waar en wat.
  • Een keer missen is geen probleem. Zorg vooral dat je niet twee keer achter elkaar overslaat.

Wat is discipline eigenlijk?

Kijk je naar de betekenis, dan gaat het om je eigen gedrag sturen volgens afspraken die je met jezelf hebt gemaakt, ook als je er op dat moment geen zin in hebt. Het woord heeft voor veel mensen een strenge bijklank, alsof je jezelf moet dwingen. In de praktijk werkt het juist andersom.

Mensen die consequent sporten, hoeven zichzelf meestal niet elke keer over te halen. Ze nemen minder beslissingen. Hun training staat vast in de agenda, hun tas staat klaar en ze weten welke oefeningen ze gaan doen. Zelfbeheersing is dus minder een karaktertrek en meer een systeem dat je opbouwt.

Waarom motivatie alleen niet genoeg is

Motivatie is een gevoel en gevoelens schommelen. Een slechte nacht, stress op je werk of regen is genoeg om je zin in trainen te laten verdwijnen. Als je alleen traint wanneer je zin hebt, word je afhankelijk van dingen waar je weinig invloed op hebt.

Dat het lastig is om vol te houden, zie je ook in de cijfers. Volgens het RIVM voldeed in 2023 ongeveer 44 procent van de Nederlandse volwassenen aan de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad: minstens 150 minuten matig intensief bewegen per week en twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten. De meeste mensen weten dus prima dat bewegen goed is. Het lukt alleen niet om het vol te houden.

Motivatie is wel nuttig, vooral om te beginnen. Hoe sterker je eigen reden om te trainen, hoe makkelijker het wordt om door te zetten. Lees daarom ook waarom intrinsieke motivatie je helpt om te blijven sporten. Zie motivatie als de vonk en je routine als de motor.

Gewoontes doen het zware werk

Een gewoonte is gedrag dat je bijna automatisch uitvoert in een bepaalde situatie. Denk aan tandenpoetsen voor het slapengaan: daar denk je niet over na. Het doel is om je training zo dicht mogelijk bij dat punt te brengen.

Een bekende studie van University College London (Lally en collega’s, 2010) volgde 96 deelnemers die een nieuwe gezonde gewoonte probeerden aan te leren. Gemiddeld duurde het ongeveer 66 dagen voordat het gedrag automatisch voelde. De spreiding was groot: van 18 tot 254 dagen. Een interessante bijvangst: één dag overslaan had nauwelijks invloed op het eindresultaat.

Signaal, routine, beloning

Veel boeken over gewoontes, zoals het bekende Elementaire gewoontes van James Clear, beschrijven dezelfde lus. Er is een signaal (je komt thuis van je werk), een routine (je trekt je sportkleren aan) en een beloning (je voelt je fit en voldaan). Hoe duidelijker het signaal en hoe sneller de beloning, hoe sneller de gewoonte inslijt.

Koppel trainen aan iets wat je al doet

Een nieuwe gewoonte hecht zich het makkelijkst aan een bestaande. Kies een vast moment dat toch al in je dag zit, zoals het wegbrengen van de kinderen, je laatste werkoverleg of je eerste kop koffie. Spreek dan af: na dat moment begint je training. Hoe vaster het signaal, hoe minder je hoeft na te denken.

Kleine overwinningen tellen

Elke training die je afrondt, is ook een bewijsje voor jezelf dat je iemand bent die traint. Dat zelfbeeld maakt de volgende keer makkelijker. Daarom werkt een haalbaar doel beter dan een ambitieus plan. Je verzamelt sneller succeservaringen, en die geven je meer vertrouwen dan een strenge belofte die je niet nakomt.

Zo bouw je discipline op voor je training

Je hoeft niet te wachten tot je je sterker voelt. Met deze stappen maak je het trainen zelf makkelijker, zodat je minder wilskracht nodig hebt.

  1. Begin kleiner dan je denkt. Twee trainingen van 30 minuten per week die je echt doet, zijn beter dan vijf geplande trainingen waarvan je er drie overslaat. Bouw pas op als het ritme staat.
  2. Maak een als-dan-plan. Bijvoorbeeld: ‘Als het dinsdag 18.00 uur is, dan rijd je direct van je werk naar de sportschool.’ Onderzoek naar zulke plannen laat consequent zien dat mensen hun voornemens er vaker mee uitvoeren.
  3. Zet het in je agenda. Behandel je training als een afspraak met iemand anders. Verplaatsen mag, schrappen niet.
  4. Haal drempels weg. Leg je kleren de avond ervoor klaar, zet je tas bij de deur of train thuis op dagen dat reizen te veel tijd kost.
  5. Weet wat je gaat doen. Een vast schema scheelt nadenken. Je stapt binnen en begint, in plaats van eerst tien minuten te twijfelen.
  6. Houd het bij. Een kruisje in je agenda of een trainingslog maakt vooruitgang zichtbaar. Dat werkt zelf als beloning.
  7. Spreek af met iemand. Een trainingsmaatje of groepsles maakt het lastiger om af te zeggen en vaak ook leuker.

Tip

Gebruik de twee-minutenregel op dagen dat je echt geen zin hebt. Spreek met jezelf af dat je alleen je sportkleren aantrekt en de eerste oefening doet. Mag je daarna stoppen? Ja. In de praktijk ga je meestal gewoon door, omdat beginnen het zwaarste deel is.

Iemand schrijft trainingsmomenten in een weekplanner op een houten tafel met pompoenen ernaast
Een vaste plek in je agenda maakt van trainen een afspraak in plaats van een keuze.

Veelgehoorde excuses en wat je eraan doet

Iedereen heeft zijn eigen redenen om een training over te slaan. Als je die van tevoren kent, kun je er een antwoord op klaarzetten.

ExcuusOplossing
Geen tijdPlan een korte training van 20 tot 30 minuten en kies oefeningen die meerdere spiergroepen tegelijk trainen.
Te moe na het werkTrain ’s ochtends of in je lunchpauze, of maak de eerste tien minuten bewust rustig.
Slecht weerHoud een thuisworkout achter de hand die je zonder apparatuur kunt doen.
Geen vooruitgangHoud je gewichten en herhalingen bij; vooruitgang zie je vaak pas op papier.
Al een week niet geweestBegin opnieuw met een lichtere training. Een week mist is geen reden om te stoppen.

Schrijf je eigen top drie excuses op en bedenk bij elk een concreet alternatief. Zet dat lijstje in je telefoon. Merk je dat je op het punt staat af te zeggen, kijk dan eerst even naar je eigen oplossing. Vaak blijkt de drempel kleiner dan hij voelde, en een korte training is altijd beter dan geen training.

Wat als je toch een week mist?

Dat gebeurt. Vakantie, ziekte, drukte of een gezin met jonge kinderen gooien je planning regelmatig in de war. Het grootste risico is niet die gemiste week, maar de gedachte dat het nu toch al mislukt is. Dat alles-of-niets-denken zorgt ervoor dat mensen helemaal stoppen.

Gebruik daarom een simpele regel: nooit twee keer achter elkaar missen. Mis je een training, dan is de volgende extra belangrijk, ook als die korter of lichter is. Zo blijft de draad van je routine heel, en die draad is belangrijker dan elke losse training.

Flexibel blijven is ook een vaardigheid

Consequent zijn betekent niet dat je rigide moet zijn. Als je schema niet past bij je leven, pas dan het schema aan in plaats van jezelf de schuld te geven. Drie trainingen per week die je een jaar lang volhoudt, leveren veel meer op dan vijf per week die je na een maand opgeeft.

Let op

Doorzetten is iets anders dan door pijn heen trainen. Heb je aanhoudende pijn, een blessure of ben je ziek, neem dan rust en raadpleeg bij twijfel je huisarts of een fysiotherapeut. Herstel is onderdeel van een goed trainingsritme.

Zo pak je het aan

Kies deze week twee vaste momenten om te trainen en zet ze in je agenda. Maak voor elk moment een als-dan-plan, leg je spullen klaar en houd bij of het gelukt is. Na een paar weken voelt het minder als een opgave en meer als iets wat bij je week hoort. Dat is het moment waarop je er zonder veel moeite mee doorgaat.

Veelgestelde vragen over discipline

Wat is discipline?

Je gedrag sturen volgens afspraken die je met jezelf hebt gemaakt, ook als je er op dat moment geen zin in hebt. Bij sporten draait het vooral om een vaste routine, zodat je minder hoeft te twijfelen of je wel of niet gaat trainen.

Hoe lang duurt het voordat trainen een gewoonte wordt?

In een bekende studie duurde het gemiddeld ongeveer 66 dagen voordat nieuw gedrag automatisch voelde. De spreiding was groot, van 18 tot 254 dagen. Reken dus op enkele maanden en wees geduldig met jezelf.

Wat is het verschil tussen motivatie en discipline?

Motivatie is de zin of de reden om iets te doen en die schommelt van dag tot dag. Discipline is het gedrag dat je volhoudt, ook als die zin er even niet is. Je hebt ze allebei nodig: motivatie om te beginnen, een routine om door te gaan.

Hoe blijf je trainen als je geen motivatie hebt?

Maak het zo makkelijk mogelijk om te beginnen. Plan vaste momenten, leg je spullen klaar en spreek af dat je alleen de eerste oefening doet. Vaak komt de zin vanzelf als je eenmaal bezig bent.

Is het erg als je een training overslaat?

Nee, één keer missen heeft weinig invloed op je gewoonte. Probeer wel te voorkomen dat je twee keer achter elkaar overslaat. Doe dan liever een korte of lichte training om het ritme vast te houden.